Earnings deductions voor zeevarenden

In het VK voerden Nautilus en haar voorgangers jarenlang campagne om de fiscale regels voor zeevarenden een afspiegeling te laten zijn van de speciale aard van hun werk. In de campagnes stonden de Earnings Deduction voor zeevarenden (SED) – de beoogde doelgroep en of deze gehandhaafd moest blijven centraal.

Historisch gezien golden er tientallen jaren lang speciale fiscale regels voor Britse zeevarenden - omdat ze vaak gedurende lange perioden in het buitenland zijn, ze op een uiterst concurrerende markt werken en vanwege de vereiste van voldoende zeevarenden voor strategische defensiebehoeften.

Gedurende enige tijd golden er voor zeevarenden inkomstenbelastingvoordelen waarvoor een ieder in aanmerking kwam die gedurende lange perioden in een fiscaal jaar in het buitenland werkte.

Dat veranderde in 1984, toen de overheid radicaal het mes in de bepalingen over het recht op belastingvoordelen zette. Deze stap werd veroordeeld door de scheepvaartindustrie en na vier jaren van lobbyen door maritieme vakbonden en reders werd de Britse Finance Act 1988 zodanig geamendeerd dat er meer zeevarenden aanspraak op 100% aftrek konden maken.

Drie jaar later — na een aantal problemen bij het oproepen van voldoende Britse schepen en zeevarenden voor het vervoer van militair materieel naar de Golf na de invasie van Koeweit door Irak - bracht de Finance Act van 1991 verdere verbeteringen in de fiscale regels voor zeevarenden en werd de tijd die zeevarenden in het VK mochten doorbrengen effectief verdubbeld (naar 183 dagen).

Sinds die tijd is de Earnings Deduction voor zeevarenden, zoals deze kwam te heten, geconfronteerd met een aantal uitdagingen. Zo werd het in het midden van de jaren 90 van de vorige eeuw duidelijk dat de Britse Belastingdienst misbruik van de '183-dagenregel' door sommige niet-zeevarenden die op bepaalde soorten schepen of installaties werkten, toestond.

Om het probleem aan te pakken kwam de Inland Revenue met nieuwe richtlijnen over wie er conform de Finance Act 1988 wel of geen aanspraak kon maken. Onderwerp van de belangen die op het spel stonden was de definitie van de woorden 'zeevarenden' en 'schip' volgens de regels van de inkomstenbelasting.

In maart 1998 werd de wet zodanig verduidelijkt dat al hetgeen kon worden gedefinieerd als een 'offshore-installatie' in fiscale zin niet als een schip zou kunnen worden getypeerd - zelfs als het aan de bovenvermelde algemene voorwaarden voldoet. Bij deze regel waren onder andere de volgende zaken uitgesloten:

  • vaste productieplatforms
  • drijvende productieplatforms
  • mobiele offshore-booreenheden
  • flotels

De Belastingdienst bepaalde ook dat de lijst hieronder geen offshore-installaties betreft en dat deze in fiscale zijn als 'schepen' kunnen worden beschouwd als ze voldoen aan de algemene voorwaarden:

  • hijsschepen
  • vaartuigen voor duikondersteuning
  • pendeltankers
  • boorputschepen
  • baggervaartuigen
  • onderzoeksschepen
  • buizenlegschepen

Tegen deze striktere regels werd beroep ingesteld in een zaak voor de Britse beroepsrechter in 2001, waarin de uitspraak van het Britse Hooggerechtshof dat drie mannen die werkzaam waren op de hefeilanden Santa Fe Magellan en Santa Fe Monarch geen recht hadden op de belastingvoordelen voor zeevarenden, aangezien de eilanden niet als schepen werden beschouwd, werd vernietigd.

Na de uitspraak verzocht de Union Britse Ministers van Financiën schriftelijk om de overheid veranderingen te laten invoeren waarin de uitspraak tot uitdrukking kwam en om leden op soortgelijke schepen die geen belastingvoordelen genoten te compenseren.

De campagne voor helderheid en billijkheid over de SED liep het gehele decennium en in 2009 kwam de Britse belastingautoriteit HMRC met herziene richtlijnen inzake wie er recht had op SED en voor welke fiscale jaren er claims konden worden ingediend door personen die meenden dat hen onterecht deze fiscale status was geweigerd.

In mei 2012 won Nautilus een cruciale juridische strijd met HM Revenue and Customs over de regels voor het terugvragen van inkomstenbelastingvoordelen voor zeevarenden. In het belangrijke proefproces ging het Hooggerechtshof mee met de argumenten van de Union dat leden die werkzaam waren op twee veerboten 'legitiem mochten verwachten' dat zij recht hadden op de Earnings Deduction voor zeevarenden.

Na dit succes wordt de SED-campagne niet meer op dezelfde manier in het VK gevoerd, hoewel de Union nog wel campagne voert om de SED te laten gelden voor alle zeevarenden, niet alleen voor degenen die 183 in het buitenland zijn, zoals veerbootbemanningen.

De Union voert ook campagne over dit onderwerp in heel Europa en doet daarbij een beroep aan de landen waarin onze leden gevestigd zijn om de richtsnoeren inzake overheidssteun bij belastingvermindering voor zeevarenden ten volle te benutten.

De Union adviseert leden voor advies en informatie over wat kan worden gevorderd contact op te nemen met belastingadviseurs voor zeevarenden. In het ledengedeelte vindt u de gegevens van deze bedrijven.

Handleiding uit 2009 van HMRC:http://www.hmrc.gov.uk/manuals/eimanual/EIM33000.htm

 

Word lid

Word lid

Bent u ook een maritieme professional? Dan zijn wij ook voor u de beste professionele maritieme vakbond!

Voordelen Meld u nu aan!